Focus op geweld in plaats van het salafisme

Er is in Nederland onvoldoende kennis over de complexiteit en verscheidenheid in de paden en ontwikkeling van de religieuze identiteit van moslims. Wil je deze kennis wel ontwikkelen dan dien je te werken aan een synthese van pedagogische en religieuze kennis. Indien je slechts een van de domeinen (pedagogische of religieuze kennis) beheerst dan is dat onvoldoende. Vanwege het gebrek aan kennis en kunde is het beter om te focussen op gewelddadige en antidemocratische opvattingen van sommige moslims in plaats van het salafisme. Het risico is groot dat de goedbedoelde en vredelievende moslims onterecht als gevaarlijk worden bestempeld, terwijl radicalen en risicogevallen onvoldoende (tijdig) worden herkend. Het is reëel dat op de lange termijn de haat ten opzichte van moslims toeneemt en er een heksenjacht ontstaat. Tegelijkertijd neemt het islamitisch radicalisme toe.

Het gebruik van de term salafisme om bepaalde moslims mee aan te duiden is problematisch om verschillende redenen. Salafisme slaat op het volgen van de voorlopers van de islam, maar dit wordt verschillend gedaan. Het salafisme, dus niet hoe mensen het geloof uiteindelijk invullen en in de praktijk praktiseren, kent minsten twee onderscheidingen: mainstream salafisme en modern salafism (waaronder het wahabisme).

Mainstream salafisme is islam dat een lange historische traditie kent terwijl modern salafisme een hervorming van de islam is, geïnitieerd door Muhammad ibn Abd al-Wahhab in de achttiende eeuw, die een samenwerkingspact sloot met de heerser van Saudi Arabië, Muhammed bin Saud. Muhammad ibn Abd al-Wahhab en Muhammed bin Saud werkten samen om het islamitisch territorium te beschermen tegen buitenlandse invallen en om de ware islam te verkondigen. Het modern salafisme ontwikkelde een haat- en een verketteringsideologie als wapens tegen buitenstanders of diegene die een afwijkende islamitische opvatting hebben. Het modern salafisme is vanaf de jaren zeventig ideologisch verder uitgewerkt en via oliegelden over de hele wereld geïmporteerd via opleiding van imams, boeken, cassettes en nu via internet. Binnen het modern salafisme zijn er al diverse invullingen van het geloof, waardoor zij onderling ook verschillen en soms elkaar verketteren.

Met de tijd verandert de invulling van het modern en mainstream salafisme op sommige punten, afhankelijk van de politieke, sociale en culturele verhoudingen in de wereld. Saudi Arabië lijkt bijvoorbeeld nu bezig te zijn met hervormingen, bijvoorbeeld door vrouwen nu wel toestemming te geven om auto te rijden en meer te laten werken. Hopelijk wordt de eerder ontwikkelde haatideologie door de oelema en politici van Saudi Arabie geherformuleerd, zodanig dat er meer aansluiting is bij de moderne wereld. De volgende vragen spelen hierbij een belangrijke rol: is het wel in het belang van Saudi-Arabië om een haatideologie in de 21e eeuw te blijven prediken in het onderwijs en in de wereld? Hoe lang kunnen de Verenigde Staten, Europa en andere islamitische landen, vanwege hun financiële belangen, de haatideologie van het wahabisme (Saudische versie van islam) verdragen?

Vanwege gebrek aan kennis over de vorming van de religieuze en culturele identiteit van moslims wordt er vaak uitgegaan van stereotypen. Iemand die “strikt” het geloof wil volgen wordt al te gemakkelijk bestempeld als een salafist. Lees jij de koran in de kantine of wil je kunnen bidden tijdens je studie- of werktijden dan word je door sommigen al snel gezien als streng in de leer en daarmee salafistisch, terwijl je weinig gemeen hebt met de moderne salafistische ideologie. Onderhoudt je contacten en banden met salafisten, dan ben je ook een salafist. Draagt een vrouw een niqaab, dan wordt ze meteen ook geassocieerd met het modern salafisme, terwijl ze daar nauwelijks iets mee te maken heeft. Het dragen van een niqaab is inderdaad een modern salafistische opvatting, maar je kunt iemand niet slechts op basis van een element als salafistisch categoriseren. Er zijn vrouwen in de wereld die een niqaab dragen, maar met vrijwel alles in de samenleving gewoon mee willen doen (studeren, werken, communicatie met mannen, ze zijn tolerant ten aan zien van andersdenkenden en geloofswijzen enzovoorts) dat je ze niet kunt vergelijken met een vrouw die een niqaab draagt en daarnaast intolerante opvattingen heeft. Zo zijn er ook moslimmannen met baarden en islamitische kleding die in geloofsovertuiging en gedrag sterk van elkaar kunnen verschillen.

De meeste moslims gaan momenteel niet uit van allerlei stromingen en indelingen. Tegelijkertijd presenteren de aanbieders van het islamitisch geloof zich meestal ook niet als een stroming, maar als “de islam” of “de mainstream islam (ook al zijn ze geen vertegenwoordigers van de mainstream islam)”. Een minderheidsislam zoals het wahabisme presenteert zichzelf niet als een minderheid omdat dit niet aantrekkelijk is om daarmee nieuwe leden te rekruteren. Het modern salafisme is een moderne religieuze beweging. Moderne salafisten hebben een wereld om te veroveren en zijn daarom fanatiek en deskundig geworden in het prediken en indoctrineren van moslimpopulaties over de hele wereld. De mainstream moslims daarentegen richten zich niet op het meer rekruteren van leden onder de moslimpopulaties, maar zien het verkondigen van het geloof aan medemoslims in de gemeenschap als voldoende. Ze zijn minder getraind in hoe zij nieuwe leden uit andere islamitische populaties kunnen indoctrineren en rekruteren. Daarvoor zijn ze niet opgeleid. De Riffijnen in Marokko en Nederland zijn om deze redenen en vanwege het analfabetisme onder de oude generatie (de Marokkaanse ouders van de jaren zeventig en tachtig) een makkelijke prooi geweest voor indoctrinatie van enkele wahabistisch islamitische waarden, met name als het gaat om opvattingen over de man-vrouw verhoudingen.

In de praktijk kiezen moslims uit de vrije markt van aanbod van islamitische opvattingen, voor zover ze wat te kiezen hebben, want soms wordt de markt en het netwerk waarin zij zich begeven, gedomineerd door het modern salafisme. Tijdens de religieuze identiteitsvorming kunnen moslims elementen kiezen uit verschillende religieuze stromingen en culturele waarden (Marokkaans, Nederlands, kosmopolitisch). Er zijn verschillende paden en “islamitische” kleuren in de vorming van de identiteit en dat verandert met de tijd en het beschikbare aanbod van religieuze identiteiten.

 

Waar zit het probleem met het modern salafisme?

Het probleem in het modern salafisme zit hem in de haatideologie. Een subgroep binnen het modern salafisme verkondigt bijvoorbeeld dat een moslim een kaafir dient te haten als een fundamenteel onderdeel van het islamitisch geloof. Doet hij/zij dat niet, dat is hij/zij een kaafir. Het haten van de kuffar kan door huidige radicalen (salafi jihadisten) gebruikt worden als emotionele mobilisatie tot terroristische aanslagen en geweld tegen kuffar. Dit is een zwaar onderwerp, dat verzwegen wordt, waar omheen wordt gedraaid, maar waar meer op gefocust moet worden, in plaats van veel aandacht te besteden aan allerlei andere lichtere “salafistische” elementen (opvattingen over democratie, kledingdracht, bidden, man-vrouw verhoudingen).

Overheidsinstellingen en de islamitische vertegenwoordigers doen er goed aan om de haatideologie ter discussie te stellen binnen de islamitische gemeenschap. Is deze haatideologie nog wel reëel en passend in de moderne wereld waarin volkoren over de hele wereld vreedzaam met elkaar moeten omgaan en zaken met elkaar moeten doen? Is de haatideologie niet destructief voor de moslims en de wereld, gegeven het feit dat verschillende soennitische moslims elkaar verketteren en doden (denk bijvoorbeeld aan Al-Qaida en ISIS die niet in staat waren om samen te werken, maar elkaar gingen doodmaken en alle moslims verketteren die het niet volgen). Indien je bepaalde predikers (en stroming) volgt, ben je er bewust van dat het een haat- een verketteringsideologie kent, dat geen deel is van de mainstream islam? Waarom kies je voor een variant van een islam die jou het leven in Nederland heel moeilijk kan maken, terwijl er goede alternatieven zijn, bijvoorbeeld de gematigde “Marokkaanse (Maliki)” islam? Waarom negeer je de rijke beschaving en historie van Marokko en kies je voor een oliedollar islam, gepromoot door Saudi Arabië? Heeft de islamitische profeet daadwerkelijk opgeroepen tot het haten van kuffar als een onderdeel van het islamitisch geloof? Welke harde bewijzen zijn er? En wat is beter: het promoten van liefde en vriendschap ten aanzien van jouw niet-moslim buren, leraren, artsen, collega’s, patiënten en klanten of het promoten van haat ten aanzien van jouw niet-moslim buren, leraren, artsen, collega’s, patiënten en klanten? Geeft de haatideologie de islam en mainstream moslims geen slechte naam, waardoor “nieuwe vormen van racisme” en uitsluiting gaan ontstaan?

Als je oproept tot het haten van de kuffar als een fundamenteel onderdeel van het islamitisch geloof, is dat op de lange termijn niet destructief, een mentale voorbereiding van het doden van kuffar en moslims, die een andere visie hebben?

Voor meer informatie over de haatideologie en het onderscheid tussen mainstream en modern salafisme verwijs ik naar de volgende literatuur: Bin Ali, M. (2012). The Islamic Doctrine of Al-Wala’wal Bara'(Loyalty and Disavowal) in Modern Salafism. https://ore.exeter.ac.uk/repository/bitstream/handle/10871/9181/AliM.pdf

Auteur: Benaissa Hallich is adviseur, onderzoeker en trainer op het gebied van islamitisch radicalisme. Voor contacten en reacties kunt u contact opnemen via het e-mailadres van Benaissa Hallich: b.hallich@rh-i.nl

Het ontstaan van het vals bewustzijn van islamitische radicalen

De islamitische wereld was elf eeuwen lang superieur en machtiger dan veel volkeren in de wereld. Moslims ervaarden hierdoor een diepgewortelde collectieve trots en zelfwaarde, die zij ontleenden aan de wereldmachtspositie en islamitische cultuur. De wereld moest naar moslims luisteren en van hen leren en niet andersom. Met de komst van het kolonialisme, economische en militaire overwicht van het westen kwam hier verandering in. Volgens islamitische radicalen is de collectieve trots en waarde van de islamitische groep niet meer vanzelfsprekend. Moslims hebben in de ogen van radicalen hun machtspositie en collectieve trots in de wereld verloren. Islamitische radicalen ontwikkelden een vals bewustzijn naar aanleiding van de historische nederlagen en “vernederingen” (kolonisatie, economische en technologische voorsprong van het westen). De radicalen denken in eerste instantie dat moslims minder collectieve trots en waarde hebben omdat het westen politiek, technologisch en economisch machtiger is geworden. Om de aangetaste collectieve trots te herstellen en hoog te houden gebruiken radicalen een innerlijk zelfverdedigingsmechanisme. Ze doen hoog beroep op culturele onderscheiding op basis van religie. Islamitische radicalen zeggen tegen het westen: “jullie kunnen wel superieur zijn in kennis, technologie en economie, maar wij zijn superieur in religie en daarom zijn wij alsnog beter dan jullie”. Zulke vergelijkingen zijn niet nodig en belemmeren de ontwikkeling van een gezond collectief zelfbeeld en zelfvertrouwen. Er zijn constructievere alternatieven in de omgang met de geschiedenis en collectieve identiteit zoals Duitsers en Japanners ook hebben gedaan. Er is niets mis mee om universele waarden (zoals vrijheid van religie en meningsuiting) en democratie te omarmen.

Islamitische radicalen voeren daarentegen een strijd tegen het westen omdat ze diep emotioneel willen bewijzen dat de islamitische cultuur superieur is ten opzichte van de westerse cultuur. Ze kiezen hierbij voor een destructieve aanpak en religieuze interpretaties van islamitisch bronnen, zoals het rechtvaardigen van haat ten opzichte van westerlingen en de westerse cultuur en het diep verlangen naar de vernietiging van de westerse cultuur, desnoods door middel van een clash of civilizations, oorlogen en terroristische aanslagen.

 

De trots die moslims in de glorietijd hadden, bestaat volgens de radicalen niet meer, maar moslims moeten hier wel naar streven om deze weer te herstellen. Zo ontwikkelden ze een speciale geloofsleer. Denk bijvoorbeeld aan de ideeën van Sayyid Qutb over jahilliya (onwetende, onbeschaafde en goddeloze samenleving) en de verkettering- en haatideologie ten opzichte van kuffar. Volgens islamitische radicalen leven moslims in jahiliyya samenlevingen. Moslims zijn volgens de interpretatie van de radicalen, niet meer superieur en hun eer is aangetast omdat ze het geloof en de jihad hebben verwaarloosd. Willen moslims de collectieve trots en glorietijd weer doen herleven dan zullen ze moeten leven naar het geïdealiseerd beeld dat de radicalen hebben over hun islamitische voorouders. Bepaalde islamitische opvattingen en geschiedenislessen geven radicalen een irreële droom die gevaarlijk is. Denk aan de opvattingen over de eindtijd en het idee dat de jihad superieur is en moslims kan laten winnen. Radicalen benadrukken bijvoorbeeld hun superioriteit in de volgende woorden: “we houden van de dood zoals jullie houden van het leven”, “wij zullen met het zwaard de hele wereld onderwerpen aan de islam” (alsof andere volkoren geen morele dapperheid kunnen ontwikkelen en hard terug kunnen vechten). Islamitische radicalen denken echt dat ze Rome en Washington kunnen bezetten. Alsof de wereld werkelijk zo simpel is. Je zou je kunnen afvragen: welke drugs heeft zo iemand gebruikt om zulke ideeën te kunnen verkondigen? Maar niets is waar. Ze hebben geen drugs gebruikt. Hun ideeën komen voort uit hun hun historisch zelfideaalbeeld en religieuze waandenkbeelden. Radicalen zijn blind voor de werkelijkheid en destructief bezig. Door hun geïdealiseerde droom, gebaseerd op selectieve interpretatie van de islamitische geschiedenis en culturele erfenis, krijgen ISIS-strijders te veel zelfvertrouwen en een irreëel beeld over de overwinningskansen. ISIS-strijders geloven dat de militaire overwinning op het westen en islamitische landen werkelijk mogelijk is. Deze grootheidswaanzin heeft geleid tot zelfdestructie, veel leed voor moslims, grote moslim massa-immigratie en etnische polarisaties in de wereld. De radicalen van ISIS werden een stelletje gekken die heel goedkoop speelden met het leven van moslims en niet-moslims in de islamitische wereld en het westen, alsof het leven van moslims en niet-moslims echt niets waard is. Ze werden door hun islamitische droom en zelfideaal blind en konden niet zien dat wat ze deden juist alleen maar tot meer moslimdoden en lijden leidt en het leven van moslims alleen maar zwaarder maakt in de wereld. Voor radicalen is het realiseren van hun “islamitische” droom en (valse) trots veel belangrijker dan het leven van miljoenen moslims in de wereld. Islamitische radicalen grijpen keihard vast in de religie als de gemakkelijke tool en bron van wapens om zichzelf hoog te prijzen en simpele zielen te manipuleren en rekruteren. Zeg: Qaala Allah en qaala al-rusul (god zegt en de profeet zegt) en je kunt elke religieuze naïeveling in godsdienstwaanzin en het kwaadaardige (evil) laten geloven.

 

Vasthouden aan elementen van traditie en afwijzen van nieuwe culturele elementen

De komst van de westerse hegemonie en de stagnatie van de islamitische wereld is vanaf de elfde eeuw geleidelijk verlopen. Het westen volgde Averroes, een Marokkaanse Berber, die via de Griekse filosofie een eerste aanzet gaf tot de westerse verlichting en vooruitgang. De islamitisch wereld wees daarentegen Averroes af en volgde een tegenpool: al-Chazali, van Perzische afkomst, die de Griekse filosofie en wetenschap afwees als bron voor ontwikkeling van moraal en samenleving. Dit was het product van een lange strijd en conflict tussen filosofie en religie. De westerse verlichting bracht ondanks de moeilijke tijden van godsdienstwaanzin, inquisitie en oorlogen geleidelijk vernieuwingen in westerse culturele waarden en normen, die hebben geleid tot vooruitgang op veel gebieden. Daarentegen ontwikkelde de islamitisch wereld zich geestelijk nauwelijks meer omdat ze Al-Gahazali volgde. Aan de heilige traditie mag niet getornd worden en culturele vernieuwingen zijn ongewenst. Het probleem met islamitische radicalen is dat ze zichzelf niet los kunnen maken van het geïdealiseerd zelfbeeld dat moslims ooit zouden hebben gehad. Ze wijzen hierdoor de nieuwe culturele elementen (bijvoorbeeld individuele vrijheid, vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid), die goed zijn voor moslims, af. Nieuwe culturele elementen worden gezien als iets dat de ander draagt en zich onderscheidt van moslims. Het invoegen van nieuwe culturele elementen wordt onterecht gezien als een verlies van de eigen islamitische identiteit. Volgens de radicalen dient de eigen groep zich te onderscheiden van de kuffar door te leven naar het geïdealiseerd beeld van de begintijd van de islam. Dit betekent het volgen van waarden en normen van de middeleeuwen. Een typisch voorbeeld hiervan is dat je vrouwen als oorlogsbuit in bezit mag nemen, je mag vrouwen zelfs verhandelen als seksslavinnen. Hun mannen moeten gedood worden (behalve christenen en joden die de mogelijkheid hebben om dhimmi te worden). Het in bezit nemen van vrouwen als oorlogsbuit is een barbaarse praktijk dat eeuwenlang vóór de komst van de islam bestond, al in tijden waarin mensen alleen fruit, groenten en vuur kenden, maar deze praktijk is niet meer van deze tijd is, omdat samenlevingen in de loop van de geschiedenis moreel ethisch veel verder ontwikkeld zijn. Radicalen zijn er ook op tegen dat vrouwen in alle vrijheid studeren en werken en op deze manier een belangrijke bijdrage leveren aan de economische en morele ontwikkeling van het land. De radicalen denken: vrouwen moeten de mannen gehoorzamen en niet andersom. Indien de vrouwen, de wereld gaan leiden en de mannen massaal de vrouwen gaan gehoorzamen, dan gaat de wereld kapot en blijft er niets over van de man. De mannelijke wereld, trots en identiteit gaan kapot, de man gaat zich gedragen zoals een vrouw en de vrouw gaat zich gedragen zoals een man.

 

Juiste interpretatie van islamitische geschiedenis en collectieve identiteit

Moslims en niet-moslims doen er goed aan om de radicale islamitische ideologie en gerelateerde stromingen te leren onderscheiden van de mainstream islamitische tradities en stromingen, die gematigder, adaptiever zijn, een gezonder en een reëler beeld van de werkelijkheid en van zichzelf hebben. Tegen moslims zou ik zeggen: kijk uit voor goedgebekte religieuze predikers en profeten; trap niet in de val van het historisch zelfvertrouwen en islamitische trots die radicalen je beloven te geven, maar kies voor een juist en evenwichtig historisch zelfbeeld en een gezond zelfvertrouwen. Japanner zijn een voorbeeld voor de wereld over hoe een samenleving constructief in plaats van destructief aan het werk is met hun identiteit, hoe zij zich geweldloos hebben hersteld van historische nederlagen en vernederingen, de geschiedenis zo goed weet te verwerken en te interpreteren en geleidelijk positief ontwikkelen. Het haten en zwart maken van westerlingen en hun cultuur, als een onderdeel van het islamitisch geloof en om de eigen collectieve trots te verhogen, leidt alleen tot meer destructie van moslims en de wereld. Japanners wijzen nieuwe westerse culturele elementen die goed voor hen zijn niet per definitie af, zoals individuele vrijheden en democratie, maar omarmen deze, ook al komen ze van het westen, de voormalige vijanden, die een hele andere cultuur en geschiedenis hebben. Moslims doen er dus goed aan om de selectief gekozen en mal-adaptieve en irreële denkbeelden uit de zogenaamde islamitische erfenis niet kritiek- en klakkeloos over te nemen van radicalen, ook al wordt hiervoor speciaal verwezen naar heilige religieuze bronnen. Het kiezen voor een fastfood aangeboden religieuze identiteit, het snel en kritiekloos volgen van kant en klare religieuze aangeboden opvattingen en identiteit door radicalen, is gevaarlijk. Geduldig zijn, het voldoende tijd nemen, het zorgvuldig bestuderen van de islamitische geschiedenis en stromingen, het kritisch rationeel herevalueren van oude tradities, identiteit en geschiedenis en het invoegen van goede vernieuwingen in de cultuur brengen daarentegen vooruitgang, een juist en gezonder zelfbewustzijn voor nieuwe generaties. Hoe beter moslims op de hoogte zijn van de islamitische geschiedenis en stromingen hoe minder ze emotioneel en ideologisch gemanipuleerd kunt worden door radicalen, om hun kwaadaardig en destructief geloof te volgen.

 

Auteur: Benaissa Hallich is adviseur, onderzoeker en trainer op het gebied van islamitisch radicalisme. Voor contacten en reacties kunt u contact opnemen via het e-mailadres van Benaissa Hallich: b.hallich@rh-i.nl

 

Waarom zouden we Nederlandse Syriëgangers terug moeten halen naar Nederland?

Er wordt in het maatschappelijk debat nog weinig ingegaan op de mogelijke voordelen van het terughalen van Nederlandse Syriëgangers. In deze blog bespreek ik daarom enkele voordelen (zie ook: Waarom zouden we Nederlandse syriegangers terughalen naar Nederland?)

Ik begrijp wel dat sommige landen er geen zin in hebben om Syriëgangers terug te halen naar het herkomstland, omdat de terugkeer gepaard kan gaan met veiligheidskwesties, politieke ophef en sociale onrust. Toch zijn er goede argumenten te noemen om Syriëgangers wel op te sporen en terug te halen naar het herkomstland.

Het is voor Europese landen niet verstandig om alleen aan zichzelf te denken (eigen veiligheid staat voorop) omdat de wereld geglobaliseerd is en overal aanslagen gepleegd kunnen worden. Als een Nederlandse Syriëganger wraak wil nemen op Nederland dat kan hij dat ook doen in het buitenland. Daarvoor hoeft hij niet terug te gaan naar het herkomstland. Bovendien kan een Syriëganger van een ander herkomstland (Frankrijk, Pakistan enzovoorts) ook wraak nemen op Nederland. De radicalen werken internationaal samen om hun gemeenschappelijke vijand te verslaan.

Elke terroristische aanslag in de EU is een aanslag op alle Europeanen. Internationale solidariteit tussen Europeanen en moslims is een wapen tegen terrorisme en polarisatie. Het terrorisme heeft laten zien dat de slachtoffers van een aanslag in Europa vaak verschillende nationaliteiten en religieuze achtergronden hebben.

Internationale samenwerking wil zeggen: de meeste Europese, Arabische en Aziatische landen halen hun onderdanen terug naar het herkomstland en er wordt een stevig gemeenschappelijk radicaliseringsbeleid uitgevoerd. Hoe meer er internationaal wordt samen gewerkt hoe meer zicht we krijgen op de radicale netwerken en internationale veiligheid. Als we de radicale netwerken oppakken en opsluiten dan kunnen we ze vervolgens onderzoeken. Hoe zien de radicalen netwerken er precies uit? Hoe kunnen we de radicale netwerken op nationaal en internationaal niveau uitschakelen? Welke misdaden hebben ze in het ISIS-gebied gepleegd? Hoe kunnen we (een deel van) de radicalen deradicaliseren?

De radicalen dienen wel allemaal op de lange termijn opgesloten en in de gaten te worden gehouden. Ze hebben gekozen om zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie die primair aanslagen pleegt tegen westerlingen omdat het kuffar zijn, niet omdat moslims slachtoffer zijn van geweld en onrecht. Argumenten zoals “moslims worden aangevallen” en “de martelaarsdaad is het mooiste wat er is” zijn bijzaken die recruiters gebruiken om simpele zielen te rekruteren en warm te krijgen voor de jihad en het plegen van aanslagen. Radicalen, met name de recruiters hebben een minderwaardigheidscomplex die ze via het geloof en machogedrag verbergen. Ze hebben het idee dat ze nog geen ware trots kennen omdat het westen op technologisch en economisch gebied superieur is. Ze hebben een afgunst ten aanzien van het westen. Ze denken: moslims kunnen alleen weer hun ware trots ervaren als ze het westen verslaan, superieur zijn ten opzichte van kuffar en hen onderwerpen aan moslims.

Naast repressie (opsluiten, in de gaten houden en ontmantelen van radicale netwerken) is een internationale ideologische strijd tegen de radicale ideologie onmisbaar om het terrorisme te kunnen verslaan. Moslims en radicalen moeten bewust worden gemaakt van de kwaadaardige en destructieve kenmerken van de radicale ideologie en de ware aard van radicalen. Voor het ervaren van ware trots en zelfrespect heeft een moslim geen gekke religieuze ideeën nodig van radicalen. Hier kan meer aan gewerkt worden via preventieve- en deradicaliseringsprogramma’s.

Auteur: Benaissa Hallich is adviseur, onderzoeker en trainer op het gebied van islamitisch radicalisme. Voor contacten en reacties kunt u contact opnemen via het e-mailadres van Benaissa Hallich: b.hallich@rh-i.nl

Waarom faalt de diagnostiek van islamitisch radicalisme?

In deze blog zal ik naar aanleiding van nieuwsberichten ingaan op de vraag waarom de diagnostiek van islamitisch radicalisme in sommige gevallen faalt. Een van de meest recente nieuwsbericht betreft: https://www.telegraaf.nl/nieuws/2384855/gemeente-en-politie-lieten-beruchte-moskee-ongemoeid?_sp=e79e86c4-d973-47d7-8411-d6a80704f08f.1533293557074

Het tijdig herkennen van islamitisch radicalisme is belangrijk waarbij verschillende actoren (hulpverlening, zelforganisaties, scholen, politie) een eigen verantwoordelijkheid hebben.
Er zijn veel oorzaken waarom de diagnostiek van het islamitisch radicalisme soms faalt. Ik zal hier ingaan op twee mogelijke oorzaken.

Onvoldoende onderscheid tussen risicofactoren en radicalisme
De eerste oorzaak is dat er soms in het veld onvoldoende onderscheid wordt gemaakt tussen risicofactoren en islamitisch radicalisme. Risicofactoren en islamitisch radicalisme worden te snel met elkaar geassocieerd en aan elkaar gelijkgesteld, waarbij de focus ligt op risicofactoren om islamitisch radicalisme te herkennen. De focus bij herkenning van islamitisch radicalisme ligt in zulke gevallen op de situatie en problematiek van de jongere.

Als de jongere problemen heeft die geassocieerd kunnen worden met risicofactoren zoals werkloosheid, uitsluiting, identiteitsveranderingen of een crimineel verleden, dan bestaat de neiging om deze jongere met radicalisme te associëren. Het probleem van deze aanpak is dat sommige jongeren radicaal zijn, maar je kunt het niet (snel) zien op basis van risicofactoren. Niet elke jongere zal zijn privéproblemen en geheimen met je delen zodat je de oorzaken van zijn identiteitsverandering begrijpt. Bovendien zijn sommige jongeren nauwelijks bewust van de aard van hun problemen.
En niet vergeten: een risicofactor (oorzaak, triggerfactor, achtergrondkenmerk) is niet hetzelfde als radicalisme. Indien een persoon levensproblemen heeft (bijvoorbeeld uitsluiting, identiteit zoekend richting salafisme), betekent dit niet automatisch dat hij/zij radicaal is. De meeste mensen met levensproblemen radicaliseren niet! Het risico van radicalisering is er op het moment dat de persoon zich identificeert met radicale groepen en interesse heeft voor de radicale ideologie.

Het is dus belangrijk dat bij aanpak van radicalisering een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de diagnostiek van islamitisch radicalisme en de diagnostiek van risicofactoren van radicalisme.

 

Weinig aandacht voor de ideologische dimensie van islamitisch radicalisme
De tweede oorzaak van het falen in het herkennen van islamitisch radicalisme is dat er weinig aandacht is voor de islamitisch ideologische dimensie. Men kijkt in zulke gevallen eigenlijk te veel vanuit een “witte en een westerse bril” naar het radicalisme. De instrumenten zijn te algemeen van aard, vooral toegesneden op “witte radicalen” en weinig op de theologisch denkbeelden van islamitische radicalen. De islamitische radicale ideologie is wel een uitgebreid en coherent uitgewerkte ideologie, waarbij er verschillende subgroepen zijn. Wil je islamitisch radicalisme herkennen dan is de eerste vereiste dat je de ideologie van de jongere onderzoekt. Je moet bijvoorbeeld onderscheid kunnen maken tussen verschillende type radicalen: licht, middelmatig en extreem radicaal. Zie hiervoor ook dit rapport: http://www.rh-i.nl/wp-content/uploads/2017/11/Effectiviteit-van-de-radicaliseringsprogramma.pdf

Het is ook belangrijk om te onderzoeken of iemand een radicaal is of slecht een bepaald type salafist of moslim. Iemand die bijvoorbeeld een identiteitsverandering ondergaat richting salafisme is geen radicaal, maar een zoekende, ook al heeft de persoon enkele radicale ideeën. Ook dien je onderscheid te maken tussen radicalen die ideologisch geschoold zijn en die dat niet zijn.

Weinig kennis over de ideologie van islamitisch radicalisme kan ertoe leiden toe dat er verkeerde diagnoses worden gemaakt. Iemand is radicaal, maar dat wordt niet herkend, omdat de ideologie weinig wordt onderzocht of de focus ligt te veel op de risicofactoren. Of iemand is niet radicaal, maar wordt wel gezien als een radicaal omdat de risicofactoren te veel worden geassocieerd met radicalisme.

 

Auteur: Benaissa Hallich. Zie als PDF document ook: Waarom faalt de diagnostiek van islamitisch radicalisme?

Gezocht: verhalen van slachtoffers en plegers van partnergeweld

Gezocht: verhalen van slachtoffers en plegers van partnergeweld
Partnergeweld komt voor bij alle etnische groepen, bij rijken en armen, bij hoog- en laagopgeleiden. Vrouwen en mannen die ervaringen hebben met partnergeweld praten om privéredenen hier meestal niet uitgebreid over met anderen. Sommige vrouwen en mannen durven wel uitgebreid te praten over partnergeweld, waardoor we steeds meer inzicht krijgen in de oorzaken van partnergeweld en hoe het voorkomen kan worden.

Omdat er weinig uitgebreid gesproken wordt over partnergeweld wordt er slechts in beperkt mate ervaringen binnen en buiten de privénetwerken uitgewisseld. Hierdoor hebben wetenschappers geen volledig zicht op wat zich in de privésfeer afspeelt. Maar hoe meer we weten over het geweld, hoe beter we het kunnen begrijpen en verklaren, hoe beter advies gegeven kan worden over hoe partnergeweld voorkomen kan worden. Daarom wil ik een wetenschappelijk boek schrijven over partnergeweld. Ik wil weten hoe het zover is gekomen dat mannen en vrouwen geweld tegen hun partner gebruiken binnen hun huwelijk of relatie. En hoe komt het dat sommige vrouwen en mannen in staat zijn om het geweld binnen het huwelijk te doen stoppen, terwijl andere vrouwen en mannen langdurig slachtoffer of pleger van partnergeweld blijven?

Gezochte respondenten
Voor het schrijven van een wetenschappelijk boek over partnergeweld ben ik op zoek naar verhalen en levenservaringen van vrouwen en mannen met geweld. Ik ben op zoek naar levensverhalen van de volgende personen:

  • Vrouwen die slachtoffer zijn van geweld door hun man.
  • Mannen die slachtoffer zijn van geweld door hun vrouw.
  • Vrouwen die geweld hebben gebruikt tegen hun man.
  • Mannen die geweld hebben gebruikt tegen hun vrouw.

Momenteel ben ik in het bijzonder meer op zoek naar Marokkaans-Nederlandse vrouwen en mannen die hun levenservaringen met partnergeweld willen delen. De tijdsduur van een gesprek kan variëren van één uur tot anderhalf uur. De levensverhalen worden anoniem verwerkt en alleen gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden.

Contact
Wil je een gesprek over jouw ervaringen met partnergeweld en hierdoor een bijdrage leveren aan wetenschappelijke kennis, dan kun je hiervoor contact opnemen met socioloog Benaissa Hallich.
E-mail: b.hallich@rh-i.nl
Telefoon: 06-3450-4287

 

 

 

 

  • Contact

     

    Benaissa Hallich
    b.hallich@rh-i.nl
    Tel: 06-3450-4287

     

    U kunt ook contact opnemen via onderstaande formulier.