De-radicaliseringsproces

In dit artikel wordt een beschrijving gegeven van een islamitisch de-radicaliseringsproces, bestaande uit vijf fasen. Dit model is ontleend aan inspiratie en verkregen inzichten uit de wetenschappelijke literatuur (zie Rabasa et al. 2010; Altier et al. 2014).

Fase 1: Bewustwording kwaadaardige elementen van salafi jihadistische ideologie
Wanneer een persoon bewust wordt van de kwaadaardige kenmerken van een radicale ideologie en groep, leidt dat tot kritiek en ontevredenheid over de ideologie en groep.

Fase 2: Calculatie over wel en niet blijven bij de radicale groep en ideologie
In hoeverre de jongere vervolgens bij de groep en ideologie blijft hangt af van de persoonlijke afweging van de voor- en nadelen. Indien de jongere de groep en het radicale geloof verlaat, zijn er dan nog voldoende alternatieven voor de bevrediging van immateriële en materiële behoeften? In hoeverre levert het verlaten van de groep en radicale geloof een gevaar voor eigen leven wegens vermeend verraad aan de islam?

Fase 3: Turning point: beslissing voor de-radicalisering en verlaten van radicale groep
In deze fase komt de jongere tot het inzicht en een beslissing om de radicale ideologie en groep te verlaten. De jongere heeft de beslissing genomen om een nieuw leven te gaan starten.

Fase 4: Het verlaten van de radicale groep
In deze fase vindt het verlaten van de radicale groep plaats. Het verlaten van de radicale groep kan een moeilijk proces zijn vanwege economische en emotionele banden met leden van de radicale groep. Indien een persoon een sterke economische positie heeft en goede alternatieve netwerken ter beschikking heeft, dan zal het snel de radicale groep kunnen verlaten. Heeft de persoon een zwak economische positie en te beperkte goede netwerken ter beschikking dan zal het verlaten van de radicale groep meestal geleidelijk verlopen.

De radicale groep gaat er bovendien vanuit dat de persoon nog radicaal is en wordt als zodanig behandeld. De jongere zal (geleidelijk) signalen en boodschappen moeten geven aan de radicale groep dat het afstand neemt van de extremistische ideologie en voor een ander leven kiest. De leden van de radicale groep kunnen een jongere, die dreigt af te dwalen van het ware geloof, alsnog proberen op het rechte pad te houden.

Fase 5: Nieuwe identiteit.
In deze fase gaat de jongere de “oude identiteit” re-integreren met een “nieuw te ontwikkelen identiteit”. In deze fase kan het zijn dat de jongere moet dealen met het stigma over de oude identiteit. Mensen uit zijn netwerken zien hem/haar nog steeds als radicaal, terwijl daar geen sprake meer van is. De jongere zal geleidelijk zijn nieuwe identiteit vormgeven en “bekend” maken in relevante netwerken.
Het is goed mogelijk dat een jongere eerst een radicale groep en ideologie verlaat, maar later alsnog terugkeert naar de radicale groep en ideologie. Een reden hiervoor kan zijn dat de radicaal bij de nieuwe zoektocht naar een identiteit uiteindelijk geen beter alternatief weet te vinden dan de radicale ideologie en groep. Hij komt tot de conclusie dat de radicale ideologie het beste systeem geloofssysteem is op aarde en daarom ook het ware geloof.

Conclusie
Uit het bovenstaande zou geconcludeerd kunnen worden dat een succesvol proces van de-radicalisering afhangt van de bewustwording van de kwaadaardige kenmerken van de radicale ideologie en groep en van de beschikbare alternatieven voor bevrediging van materiële en immateriële behoeften.

Auteur van het artikel: Benaissa Hallich

Literatuur

Altier, M. B., Thoroughgood, C. N., & Horgan, J. G. (2014). Turning away from terrorism. Lessons from psychology, sociology, and criminology. Journal of Peace Research, 51(5), 647-661

Rabasa, A., Pettyjohn, S. L., Ghez, J. J., & Boucek, C. (2010). Deradicalizing Islamist Extremists. RAND CORP ARLINGTON VA NATIONAL SECURITY RESEARCH DIV.

Reacties gesloten

  • Contact

     

    Benaissa Hallich
    b.hallich@rh-i.nl
    Tel: 06-3450-4287

     

    U kunt ook contact opnemen via onderstaande formulier.