islamitisch radicaliseringsproces

Radicalisering verwijst naar “een proces waarbij er een groeiende bereidheid is om met gewelddadige middelen politieke en religieuze doelen na te streven (Hallich en Doosje, 2017; Doosje, Moghaddam, Kruglanski, de Wolf, Mann, & Feddes, 2016). Hoewel er overeenkomsten kunnen bestaan tussen verschillende typen radicalen kunnen we niet de verschillende vormen van radicalisering aan elkaar gelijkstellen. Een islamitisch radicaliseringsproces onderscheidt zich door invloeden van religieuze manieren van denken en handelen. Hierdoor kan het radicaliseringsproces van een islamitisch en een extreemrechtse radicaal inhoudelijk van elkaar verschillen.

In dit artikel wordt beschreven hoe een islamitisch radicaliseringsproces er in de praktijk ideaaltypisch uitziet (Hallich en Doosje, 2017; Precht, 2007). Een islamitisch radicaliseringsproces bestaat meestal uit vier fasen.

Fase 1: Gevoeligheidsfase (voorfase van islamitische radicalisering)
In deze fase bestaat er een voedingsbodem voor radicalisering. De jongere is vatbaar voor islamitische radicalisering vanwege factoren zoals (langdurige) onzekerheid over de eigen identiteit, zingevingsproblemen (bijvoorbeeld de vragen: wat is het doel van het leven? Waarom ben ik op aarde?), gevoelens van persoonlijk of sociaal onrecht en de behoefte aan avontuur. De aanwezigheid van deze factoren maakt een persoon nog niet radicaal. Een persoon radicaliseert meestal pas wanneer het in contact komt met de uitgewerkte ideologie van salafi jihadisten en de radicale groep.

Fase 2: Bekering en identificatie met de radicale islam en groep
Wanneer de jongere interesse heeft gekregen in de radicale groep en ideologie, dan kan een islamitisch radicaliseringsproces op gang komen. In deze beginfase kan het voorkomen dat een jongere zich identificeert met een radicale groep, maar hij/zij is nog niet voldoende op de hoogte van de extreem religieuze en politieke opvattingen van de radicale groep. Sommige jongeren zullen geleidelijk kennisnemen van de radicale opvattingen en bij de groep blijven. Anderen zullen de ideologie en groep te radicaal vinden en zich hiervan afwenden.
Een recruteur speelt in op het karakter en de emotionele en materiële behoeften van een jongere, die mogelijk vatbaar is voor religieuze indoctrinatie. Bij de religieuze indoctrinatie van een jongere zal een rekruteer vaak niet beginnen met het verkondigen van de meest extremistische opvattingen. Pas, nadat de jongere emotioneel en ideologisch goed is ingepakt en klaar is om alles te doen voor het geloof, dan kan indoctrinatie van extreme ideeën plaatsvinden (bijvoorbeeld het is gerechtvaardigd om willekeurig (onschuldige) burgers te doden, koppen afhakken is onderdeel van de islam). Dit vindt meestal plaats in fase 3.

In fase 2 zit een jongere in een ontdekkingsfase waarin geleidelijk radicale opvattingen worden eigen gemaakt en het gedrag verandert.

Fase 3: Salafi jihadistische overtuiging en indoctrinatie
In fase 3 heeft een jongere een hechtere band ontwikkeld met de radicale groep en loyaliteit aan de salafi jihadistische ideologie. In deze fase vindt een verdieping van kennis over de salafi jihadistische ideologie plaats, waarbij extremistische en gewelddadige opvattingen worden geïnternaliseerd. Voor jongeren kan de salafi jihadistische ideologie erg aantrekkelijk zijn omdat het leven op aarde wordt gerelativeerd. Volgens de salafi jihadistische ideologie is er meer in de wereld dan het aardse leven. Het leven op aarde is maar een tussenstap. In radicale propagandafilmpjes worden liederen verkondigd zoals: “wij houden van de dood zoals jullie van het aardse leven houden”.

Sommige jongeren zullen in fase 3 kennisnemen van de kwaadaardige en destructieve kenmerken van de radicale ideologie en groep en zich hierdoor niet meer thuisvoelen bij de radicale groep. Ze kunnen kiezen voor een minder radicale ideologie en groep of ze nemen volledig afstand en gaan “de-radicaliseren”.

Fase 4: Gewelddadige acties
In fase 4 heeft de jongere niet alleen gewelddadige opvattingen, maar wil ook een bijdrage leveren aan de militaire jihad. Er worden plannen gemaakt om aanslagen te plegen op vermeende vijanden van de islam. De uitvoering van de militaire jihad wordt uitgevoerd of indirect ondersteund.

Auteur: Benaissa Hallich

Literatuur
Doosje, B., Moghaddam, F. M., Kruglanski, A. W., de Wolf, A., Mann, L., & Feddes, A. R. (2016). Terrorism, radicalization and de-radicalization. Current Opinion in Psychology, 11, 79-84.

Hallich, B. & Doosje, B. (2017). DIAMANT-plus. Een methodiek voor de-radicalisering en vergroting van weerbaarheid tegen extremistische invloeden. Een pilotstudie naar de interventie. Amsterdam: UvA.

Precht, T. (2007). Home grown terrorism and islamist radicalization in Europe. From conversion to terrorism.

Reacties gesloten

  • Contact

     

    Benaissa Hallich
    b.hallich@rh-i.nl
    Tel: 06-3450-4287

     

    U kunt ook contact opnemen via onderstaande formulier.